InBonsai

Kruiden

CITROENGRAS

(Cymbopogon citratus)

Citroengras is een specerij om eten te marineren, garnalen mee te stomen of in dipsausjes voor gekookte slakken. Het wordt ook gebruikt bij stoombaden tegen verkoudheid, in badwater en in de etherische-olie- en cosmetica-industrie.

Kruiden

Warm
Droogtebestendig
Luchtig

Care Notes

Vermeerdering via bollen

Waterbehoefte

Goed droogtebestendig; verdraagt geen wateroverlast
Citroengras

CITROENGRAS

Cymbopogon citratus

36
Ton blad per oogst
100-120
Dagen tot oogst

1. Biologische Kenmerken

Meerjarige kruidachtige plant. Strak op elkaar gepakte bladscheden vormen de schijnstam (citroengrasbol). Bladeren hebben een aangename geur.

Aanpassingsvermogen: 90%

2. Gebruik

Specerij, stoombaden tegen verkoudheid, badwater, etherische-olie- en cosmetica-industrie. Houdt slangen en muggen op afstand.

Waarde: 95%

3. Teelttechniek

Plant in het voorjaar of bij het begin van het regenseizoen. Luchtige grond met organische mest en evenwichtige NPK.

I. GEBRUIK

Citroengras is een specerij om gerechten te marineren, garnalen mee te stomen of als smaakmaker in dipsausjes voor gekookte slakken. Het wordt ook gebruikt voor stoombaden tegen verkoudheid, in badwater en in de etherische-olie- en cosmetica-industrie. In de volksgebruiken plant men citroengras om slangen en muggen te weren.

II. BIOLOGISCHE KENMERKEN

  • Citroengras is een meerjarige kruidachtige plant van 0,8-1 m of hoger.
  • De echte stengel is kort en weinig ontwikkeld; hij heeft veel knopen en is wit of lichtpaars.
  • Blad: bestaat uit een bladschede en een bladschijf. De bladscheden staan strak op elkaar en vormen de schijnstam (de citroengrasbol), het belangrijkste gebruikte deel. De bladschijf is lang, smal en lijkt op rijstblad; de top buigt vaak naar beneden. Het bladoppervlak voelt ruw aan en geeft bij wrijven een aangename geur af.
  • Vanuit de bladoksels komen veel scheuten, die uitgroeien tot een pol.
  • Klimaat: citroengras houdt van een warm klimaat, verdraagt hitte en droogte, maar geen wateroverlast.
  • Grond: groeit goed op hogere, luchtige, voedingsrijke grond met neutrale pH; bij zure grond kalk toevoegen (100-200 kg per 1.000 m²).

III. TEELTTECHNIEK

1. Plantseizoen

Citroengras wordt meestal in een warm seizoen geplant, zoals het voorjaar. In Zuid-Vietnam plant men het meestal aan het begin van het regenseizoen, in april of mei.

2. Grond en bemesting

De grond moet goed geploegd en geëgd worden, onkruidvrij en luchtig, maar niet te fijn gemalen. Maak vervolgens met een schoffel bedden aan: 1,0-1,2 m breed, 0,25-0,3 m hoog, met geulen van ongeveer 0,3 m breed.

Hoeveelheid en soort meststof per 1.000 m²:

  • Goed verteerde organische mest: 1,5-2,0 ton
  • NPK: 50-60 kg. Gebruik niet te veel anorganische stikstof.
  • Superfosfaat: 20-30 kg
  • Kaliumchloride: 10-15 kg

Basisbemesting: alle organische mest, alle fosfaat, 1/4 van de NPK en 1/3 van de kalium. Meng deze meststoffen goed op een diepte van 10-15 cm in de plantgeul.

  • Plantafstand rij x plant: 0,7-0,8 m x 0,30-0,35 m.
  • Plantmethode: vegetatieve vermeerdering via 'bollen'. Kies krachtige pootplanten, verwijder droge bladscheden en te lange wortels. Plaats de planten op de gewenste afstand en dek de basis af met 5-7 cm fijne aarde; druk de grond rond de plant lichtjes aan. Plant 2-3 stuks per pol. Citroengras kan ook langs greppels, vijvers of in tuinhoekjes worden geplant voor huishoudelijk gebruik. Hoeveelheid pootgoed per 1.000 m²: ongeveer 500-600 kg.

3. Verzorging

Geef na het planten met een gieter met sproeikop om de planten snel te laten aanslaan. Citroengras hoeft niet zo vaak als andere groenten. Geef alleen extra als de grond zichtbaar droog wordt; bij hevige regen tijdig afvoeren. Gebruik altijd schoon water.

15-20 dagen na het planten lichtjes schoffelen om de korstvorming te breken, aanaarden en wieden. Wieden moet regelmatig gebeuren. 25-30 dagen na het planten, wanneer de planten krachtig beginnen te groeien, hoger aanaarden.

Bijbemesten kan gecombineerd worden met schoffelen en aanaarden. Gebruik per keer ongeveer 7-10 kg NPK tussen de rijen en geef daarna om de mest op te lossen. Je kunt de mest ook oplossen in schoon tot 1,5-2% en bij de stam gieten.

Rond 50 dagen na het planten een derde keer bijbemesten op dezelfde manier. Wanneer de plant krachtig groeit en de bol gaat zwellen, geef je extra kalium. Na elke oogst opnieuw bijbemesten.

Citroengras heeft weinig last van plagen. De meest voorkomende ziekte is gele verwelking. Geïntegreerde bestrijding via goede teelttechniek werkt het best. Bij gebruik van bestrijdingsmiddelen strikt de voorschriften van een specialist volgen.

IV. OOGST

  • Ongeveer 100-120 dagen na het planten kunnen de planten die voldoen aan de kwaliteitseisen geoogst worden voor consumptie.
  • Snijd bij het oogsten de bladschijf af en houd alleen de bol (bladscheden) van 25-30 cm over. Bundel ze of houd ze los voor de verkoop.
  • Blijf na elke oogst de plant verzorgen: wieden, bijbemesten enzovoorts om de volgende oogst voor te bereiden. Eenmaal geplant kan citroengras 6-7 jaar lang geoogst worden. De gemiddelde opbrengst is 36 ton blad per oogst en er zijn 6 bladoogsten per jaar. De bladeren worden gebruikt om etherische olie te destilleren.

Leefomstandigheden

Grond:

De grond moet goed geploegd en geëgd worden, onkruidvrij en luchtig, maar niet te fijn gemalen. Maak vervolgens met een schoffel bedden aan: 1,0-1,2 m breed, 0,25-0,3 m hoog, met geulen van ongeveer 0,3 m breed.

Bemesting:

Hoeveelheid en soort meststof per 1.000 m²:

Bemestingsmethode:

Basisbemesting: alle organische mest, alle fosfaat, 1/4 van de NPK en 1/3 van de kalium. Meng deze meststoffen goed op een diepte van 10-15 cm in de plantgeul.

Plantafstand en -methode: rij x plant: 0,7-0,8 m x 0,30-0,35 m. Plantmethode: vegetatieve vermeerdering via 'bollen'; kies krachtige planten, verwijder droge bladscheden en te lange wortels. Dek de basis af met 5-7 cm fijne aarde; druk de grond lichtjes aan. Plant 2-3 stuks per pol. Citroengras kan ook langs greppels, vijvers of in tuinhoekjes worden gezet. Hoeveelheid pootgoed per 1.000 m²: ongeveer 500-600 kg. 3. Verzorging Water geven:

Geef na het planten met een gieter met sproeikop om de planten snel te laten aanslaan. Citroengras hoeft niet zo vaak als andere groenten. Bij zichtbaar droge grond extra geven; bij hevige regen tijdig afvoeren. Gebruik altijd schoon water.

Schoffelen, aanaarden, wieden:

15-20 dagen na het planten lichtjes schoffelen om de korstvorming te breken, aanaarden en wieden. Wieden moet regelmatig gebeuren. 25-30 dagen na het planten, wanneer de planten krachtig beginnen te groeien, hoger aanaarden.

Bijbemesten:

Bijbemesten kan gecombineerd worden met schoffelen en aanaarden. Gebruik per keer ongeveer 7-10 kg NPK tussen de rijen en geef daarna water. De mest kan ook opgelost worden in schoon tot 1,5-2% en bij de stam worden gegeven.

Plaagbeheersing:

Citroengras heeft weinig last van plagen. De meest voorkomende ziekte is gele verwelking. Geïntegreerde bestrijding via goede teelttechniek werkt het best. Bij gebruik van bestrijdingsmiddelen strikt de voorschriften van een specialist volgen.

Planten

Voorjaar / begin regenseizoen - vermeerderen via bollen.